Verenigingswerk

1         geschiedenis van de wet verenigingswerk?

Sinds de zomer van 2018 kon wie werkt of gepensioneerd is, ruim 6.000 euro per jaar bijverdienen, zonder dat hij daarop belastingen of sociale bijdragen hoeft te betalen. Het gaat dan onder meer om klusjes bij een buurman of voor een vereniging. 

Op 23 april 2020 vernietigde het Grondwettelijk Hof de wet op het verenigingswerk. Op dit moment gingen we opzoek naar een oplossing om de verenigingswerkers te helpen. Hieruit is de tijdelijke wetgeving omtrent het verenigingswerk voortgevloeid. Deze wet die de naam wet “De Jonge” heeft gekregen was voornamelijk gefocust op de sportsector. Van alle verenigingswerkers is 80-85% actief in de sportsector.

Op 15 december 2020 werd het nieuwe wetsvoorstel ingediend, dit van 1 januari 2021 tot 31 december 2021. Dit gaf de minister de tijd om tijdens deze periode een definitieve oplossing uit te werken.

2        verenigingswerk vs vrijwilligerswerk

 verenigingswerkvrijwilligerswerk
onkostenvergoedingX
prestatievergoedingX
RSZ-Bijdrage0%0%
belastingen10%0%
Maximum bedrag per jaar€6390€1473,37

3       verenigingswerk

Vanaf 1 januari 2022 werd de tijdelijke regeling vervangen door het systeem van artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969. Dit systeem werkte oorspronkelijk met een contigent van 25 dagen/jaar. Dit is omgezet naar een quotum in uren. Het nieuwe systeem beoogd zowel de sport sector als de socio-culturele sector.

3.1       toepassingsgebied

  • het rijk, de gemeenschappen, de gewesten, de bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangesloten provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, en de personen die zij tewerkstellen in een betrekking die arbeidsprestaties meebrengt, verricht;
  • als verantwoordelijk leider, beheerder, huismeester, monitor of adjunct-monitor in de cyclussen voor vakantiesport tijdens de schoolvakanties, de vrije dagen of de gedeelten in het onderwijs;
  • als animator van socio-culturele en sportactiviteiten tijdens de vrije dagen of daggedeelten in het onderwijs;
  • bij wijze van inleiding, aanschouwelijke voordracht of lezing, die plaats hebben na 16u30 of tijdens de vrije dagen of daggedeelten in het onderwijs;
  • de VRT, de RTBF en de BRF alsmede de personen die, in hun organiek personeelskader opgenomen, daarenboven in hoedanigheid van artiest tewerkgesteld worden (voor hen blijft het contingent van 25 dagen/jaar gelden);
  • het rijk, de gemeenschappen, de gewesten, de provinciale en plaatselijke besturen, evenals de werkgevers georganiseerd als vereniging zonder winstoogmerk of vennootschap met een sociaal oogmerk waarvan de statuten bepalen dat de vennoten geen vermogensvoordeel nastreven, die vakantiekolonies, speelpleinen en sportkampen inrichten en de personen die zij als beheerder, huismeester, monitor of bewaker, alléén tijdens de schoolvakanties tewerkstellen;
  • de door de bevoegde overheden erkende organisaties of organisaties die aangesloten zijn bij een erkende koepelorganisatie en die tot taak hebben socio-culturele vorming en/of sportinitiatie en/of sportactiviteiten te verstrekken, en de personen die buiten hun werk- of schooluren of tijdens de schoolvakanties door deze organisaties worden tewerkgesteld als animator, leider, monitor, coördinator, sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, terreinverzorgers-materiaalmeester, lesgevers, coaches, procesbegeleiders buiten hun werk- of schooluren of tijdens schoolvakanties;
  • de organisaties van de door de bevoegde overheden erkende amateurkunsten- sector of organisaties die aangesloten zijn bij een erkende koepelorganisatie, die personen tewerkstellen als artistieke of (kunst)technische begeleiders en lesgevers, coaches en procesbegeleiders en waarvan de prestaties geen artistieke prestaties zijn die al worden gedekt of in aanmerking komen voor de forfaitaire onkostenvergoeding;
  • de inrichtende machten van scholen, gesubsidieerd door een gemeenschap, en de personen die zij tewerkstellen als animator van socio-culturele en sportactiviteiten tijdens de vrije dagen of daggedeelten in het onderwijs;
  • de inrichters van sportmanifestaties en de personen die zij uitsluitend op de dag van deze manifestaties tewerkstellen, uitgezonderd betaalde sportbeoefenaars;
  • de organisatoren van socioculturele manifestaties en de personen die ze tewerkstellen voor maximaal 32 uren, te spreiden volgens de behoeften op de dag van het evenement en 3 dagen vóór of na het evenement, met uitsluiting van artistieke prestaties die al worden gedekt of in aanmerking komen voor de forfaitaire onkostenvergoeding.

3.2      wie kan verenigingswerken?

Iedereen die een arbeidscontract kan afsluiten, kan verenigingswerk doen. Echter zijn er enkele uitzonderingen:

3.2.1        reeds actief bij dezelfde werknemer

Als de betrokken werkgever en werknemer gebonden waren door een arbeidsovereenkomst, een statutaire band hadden of een aannemingsovereenkomst tijdens een periode van één jaar voorafgaand aan de aanvang van de prestaties. Hetzelfde geldt voor interim arbeid: de verenigingswerker mag niet via een uitzendbureau voor dezelfde werkgever hebben gewerkt.

Een persoon die voor dezelfde werkgever als student gewerkt zou hebben of die op pensioen ging, kan echter wel van dit systeem genieten.

3.2.2       Werkloosheidsuitkering

Een werkloze kan worden aangeworven met een arbeidsovereenkomst (van bepaalde of onbepaalde duur) in de sport- of socioculturele sector zoals voorzien in artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969.

Cumulatie van een loon en werkloosheidsuitkeringen is in principe verboden. Uitzonderlijk kan die combinatie worden toegestaan als je werkloos zou worden na het sluiten van de arbeidsovereenkomst. Vergeet in dat geval niet om je uitbetalingsinstelling te verwittigen.

3.2.3       Arbeidsongeschikt

Cumulatie is verboden. Als u toch nog activiteiten uitvoert in kader van het verenigingswerk, krijgt u voor deze dagen geen ongeschiktheidsuitkering.
Bij wijze van uitzondering kan de cumulatie worden aanvaard voor zover de adviserende geneesheer goedkeuring geeft.

3.2.4       Studenten

Een student kan tegelijk prestaties uitvoeren met een studentenovereenkomst én in het kader van het verengingswerk.
In het tweede geval wordt het contingent tot 190 uren/jaar beperkt.
Dit betekent concreet dat een student die prestaties levert in het kader van het verenigingswerk en die in hetzelfde kalenderjaar als student werkt, maximum 190 uren kan cumuleren in het kader van artikel 17 (ongeacht de activiteit) en 475 uren als student. De plafonds per kwartaal blijven van toepassing.

3.3      uurregeling

  • Voor alle activiteiten die in artikel 17 opgesomd worden: een quotum van 300 uren/jaar, met een plafond per kwartaal van 100 uren.
    Dit geldt niet voor het 3e kwartaal, waarin het toegelaten plafond 190 uren bedraagt;
  • Voor de sportsector: 450 uren/jaar, met een plafond per kwartaal van 150 uren.
    Dit geldt niet voor het 3e kwartaal, waarin het toegelaten plafond 285 uren bedraagt.

3.4    contigent raadplegen

U kunt uw contigent raadplegen via www.verenigingswerk.be.

3.5    dimona aangifte

Om als werkgever een verenigingswerk te registreren dient u vooraf een dimona aangifte te doen. Om als werkgever van start te gaan kunt u het stappenplan volgen via www.ikwilaanwerven.be.

Er zijn 3 nieuwe ’types’ dimona gecreëerd die in de plaats komen van het type ‘A17’:

  • T17 – voor de activiteiten ‘artikel 17’ bij de RTBF, de VRT en de BRF
  • O17 – voor de socioculturele sectoren
  • S17 – voor de sportsector

Aangezien de prestaties vrijgesteld zijn van bijdragen, hoeft er geen DmfA (RSZ-kwartaalaangifte) te worden verricht.

3.6      Opzegtermijn

 

Voor werknemers die worden tewerkgesteld in het kader van artikel 17 gelden er afwijkende opzeggingstermijnen bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De opzeggingstermijn die van toepassing is, is afhankelijk van de soort arbeidsovereenkomst.

Indien de overeenkomst voor onbepaalde tijd wordt gesloten, bedraagt de duur van de opzeggingstermijn minstens:

  • 14 dagen wat de werknemer betreft die minder dan zes maanden anciënniteit telt;
  • Een maand wat de werknemer betreft die minstens zes maanden anciënniteit telt.

Indien de overeenkomst voor bepaalde tijd wordt gesloten, bedraagt de duur van de opzeggingstermijn minstens:

  • 14 dagen indien de overeenkomst is gesloten voor een duur van minder dan zes maanden;
  • Een maand indien de overeenkomst is gesloten voor een duur van minstens zes maanden.

4       Vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk is een activiteit die onbezoldigd en onverplicht wordt verricht.

Er zijn 3 verschillende soorten:

  • gewone forfaitaire kostenvergoeding
  • reële kostenvergoeding met bewijsstukken
  • verhoogde forfaitaire kostenvergoeding

4.1       forfaitaire kostenvergoeding

4.1.1         de gewone forfaitaire kostenvergoeding

Je ontvangt een vast bedrag, zonder bewijsstukken. Je mag de dag- en jaarmaxima niet overschrijven, ook niet als je deze kostenvergoeding in meerdere organisaties krijgt: het is de totaalsom die telt. De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd:

Bedrag 2022: maximum 36,84 euro per dag én maximum van 1473,37 euro per jaar.

4.1.2        de verhoogde forfaitaire kostenvergoeding

Dit werkt volgens dezelfde principes als de gewone forfaitaire vergoeding, maar heeft een hoger maximum jaarbedrag. De verhoogde vergoeding is er alleen voor bepaalde vrijwilligers:

  • vrijwilligers in de sportsector
  • vrijwilligers in dag- en nachtopvang van hulpbehoevende personen
  • vrijwilligers bij het niet-dringend liggend ziekenvervoer

Opgelet! Vrijwilligers actief in de vaccinatiecentra en crisisvrijwilligers in de zorg rekenen ook in 2022 op de verhoogde forfaitaire onkostenvergoeding: € 2.705,97 als jaarmaximum.

Bedrag 2022: maximum 36,84 euro per dag én maximum van 2705,97 euro per jaar.

Als je een forfaitaire kostenvergoeding krijgt, dan kunnen ook je vervoerskosten beperkt bijkomend terugbetaald worden. Het maximum dat je bovenop het vast bedrag kan krijgen, is 2000 km vervoerskosten (maximum 2000 keer het bedrag van de kilometervergoeding voor de wagen)behalve voor vrijwilligers die het regelmatig vervoeren van personen als activiteit hebben. Zij krijgen geen beperking.. Dit is een reële kostenvergoeding en deze moet je dus kunnen bewijzen, bijvoorbeeld met een kostennota.

4.2      de reële kostenvergoeding

Je krijgt enkel de kosten terug waarvoor je een bewijsstuk aflevert, zoals je treinticket, een kasbonnetje,… De kilometervergoeding is een reële kostenvergoeding. Ook bij deze kostenvergoeding moet je rekening houden met de maxima:

  • voor verplaatsingen met de eigen auto, motor- of bromfiets: maximaal 0,4170 euro per afgelegde kilometer (van 1 juli 2022 tot 30 juni 2022).
  • voor het gebruik van de fiets: 0,25 euro per kilometer

5       Vragen

5.1       Hoe kunnen minderjarige studenten het verenigingswerk in de belastingaangifte invoeren?

Minderjarigen zijn niet verplicht om een belastingaangifte te doen wanneer deze geen inkomen heeft. Wanneer een minderjarige een inkomen heeft (dit kan voortvloeien uit een studentenjob of verenigingswerk), moet hij een aangifte indien. Meestal is dit een vereenvoudigd voorstel.

5.2      Kan iemand tegelijk verenigingswerk en vrijwilligerswerk doen bij dezelfde organisatie?

Neen, een vrijwilliger kan wel wanneer het maximum jaarbedrag bereikt is overschakelen naar verenigingswerk.

Infoavond verenigings- en vrijwilligerswerk
Tania De Jonge
04 juli 2022
bron: www.verenigingswerk.be, www.vrijwilligerswerk.be en www.socialsecurity.be

Scroll naar boven